Naar de inhoud
Loodgietervoor jou, Loodgieter Voor Jou, naar de voorpagina

Cv-ketel bijvullen: waterdruk controleren en veilig bijvullen

Zelf repareren7 min lezenBijgewerkt

In het kort

  • Een koude cv-installatie staat meestal tussen 1,5 en 2 bar; onder de 1 bar is het tijd om bij te vullen.
  • Bijvullen doe je met de vulslang of vulkraan, langzaam, en daarna haal je de slang weer weg.
  • Moet je vaker dan een paar keer per jaar bijvullen, dan verliest de installatie ergens water.
Op deze pagina

Een cv-ketel verwarmt water dat rondgaat door leidingen en radiatoren. Dat water staat onder een lichte druk. Zakt die te ver, dan gaat de ketel in storing en blijven de radiatoren koud. Bijvullen is een klus die je zelf kunt doen: het gaat alleen om de waterkant, je komt niet aan gas of elektronica. Hieronder staat hoe, en wanneer het een teken is dat er iets lekt.

Ruik je gas?

Gebruik geen schakelaars, geen deurbel en geen open vuur. Draai als het veilig kan de gaskraan bij de meter dicht, zet ramen en deuren open en ga naar buiten. Bel buiten het Nationaal Storingsnummer Gas en Stroom: 0800 9009.

Hoeveel bar moet de waterdruk van je cv-ketel zijn?

Op de ketel of op de leiding eronder zit een drukmeter, soms een wijzertje en soms een getal op het display. Bij de meeste installaties hoort de druk tussen ongeveer 1,5 en 2 bar te staan als de verwarming koud is. Warm stijgt hij wat, omdat water uitzet. Kijk voor jouw toestel in de handleiding; daar staat de juiste waarde en vaak ook een tekening van waar de vulkraan zit.

  • Onder 1 bar: bijvullen. Veel ketels gaan rond dit punt in storing.
  • Tussen 1,5 en 2 bar bij een koude installatie: goed.
  • Rond 3 bar: te hoog. Het overstortventiel laat dan water los om de installatie te beschermen.

Hoe weet je of je cv-ketel bijgevuld moet worden?

Kijk op de drukmeter: staat de druk bij een koude installatie onder de 1 bar, dan is de druk van je cv-ketel te laag. Veel ketels laten het ook zelf zien, met een foutcode of een knipperend lampje op het display; in de handleiding staat welke code bij een te lage waterdruk hoort. Een ander teken zijn radiatoren die koud blijven terwijl de thermostaat hoog staat.

Wat gebeurt er als je niet bijvult?

Zakt de waterdruk te ver, dan beschermt de ketel zichzelf: hij gaat in storing en stopt met verwarmen. Bij een combiketel, die ook je kraanwater verwarmt, heb je dan vaak ook geen warm water meer. Pas als de druk weer op peil is en je de storing hebt gereset, doet hij het weer.

Wat je nodig hebt

  • De vulslang die bij de ketel hoort, of een gewone slang met aan beide kanten een passende koppeling. Sommige ketels hebben een vaste vulkraan onderaan en geen slang nodig.
  • Een kraan met slangaansluiting in de buurt, zoals de wasmachinekraan of een tappunt in de keuken of meterkast.
  • Een emmer en een doek voor het water dat uit de slang loopt.

Zo vul je bij

  1. Zet de thermostaat laag en laat de installatie een beetje afkoelen, zodat je de druk goed afleest. Volgt je handleiding een eigen volgorde, bijvoorbeeld de ketel eerst uitzetten, houd die dan aan.

  2. Sluit de slang eerst aan op de waterkraan en laat hem vol water lopen boven de emmer. Zo duw je geen lucht de installatie in.

  3. Draai de waterkraan dicht, sluit het andere eind aan op het vulpunt van de ketel en draai de waterkraan weer open.

  4. Open het vulkraantje bij de ketel langzaam. Je hoort water stromen. Houd de drukmeter in de gaten.

  5. Draai het vulkraantje dicht zodra de druk tussen 1,5 en 2 bar staat. Draai daarna de waterkraan dicht.

  6. Koppel de slang los boven de emmer en berg hem op. Laat hem niet aangesloten zitten.

  7. Zet de thermostaat weer op de gewone stand. Staat de ketel nog in storing, gebruik dan de resetknop zoals in de handleiding staat.

De slang moet eraf omdat het water in de cv-installatie niet terug de drinkwaterleiding in mag lopen. Een vaste verbinding tussen die twee mag alleen met een speciale vulcombinatie die dat tegenhoudt.

Cv-ketel bijvullen zonder slang

Veel nieuwere installaties hebben een vaste vulkraan of vulcombinatie onder de ketel, met een beveiliging die voorkomt dat cv-water terug de drinkwaterleiding in loopt. Dan heb je geen slang nodig: je draait het vulkraantje langzaam open tot de druk tussen 1,5 en 2 bar staat, en daarna weer dicht. Sommige ketels hebben een eigen knop of een menu op het display om bij te vullen. In de handleiding staat wat jouw ketel heeft.

Na het bijvullen: ontluchten

Met nieuw water komt ook lucht in de installatie. Dat hoor je als tikken of borrelen in de radiatoren, en je voelt het als een radiator die bovenin koud blijft. Zet de verwarming uit, wacht tot de radiatoren lauw zijn en draai het ontluchtingsnippeltje bovenaan elke radiator met een radiatorsleutel een kwartslag open. Houd er een doek onder. Draai het dicht zodra er water in plaats van lucht uitkomt. Begin op de laagste verdieping. Na het ontluchten is de druk weer iets gezakt; vul zo nodig nog een keer bij.

Te veel bijgevuld?

Staat de druk boven de 2,5 bar terwijl de installatie koud is, laat dan wat water weg via het ontluchtingsnippeltje van een radiator. Doe dat met een bakje eronder en kijk tussendoor op de drukmeter. Laat je hem op te hoge druk staan, dan gaat het overstortventiel druppelen of lopen, en dat ventiel sluit daarna niet altijd meer goed af.

Hoe vaak moet je een cv-ketel bijvullen?

Een cv-installatie is een gesloten systeem. Er gaat in principe geen water uit, behalve als je ontlucht. Eén of twee keer per jaar bijvullen is daarom normaal. Moet je het elke maand, elke week of nog vaker, dan verdwijnt er ergens water en is het de moeite waard om uit te zoeken waar.

  • Een radiatorkraan of koppeling die zachtjes lekt. Kijk naar kalkranden, roestplekjes of een nat vloertje onder de radiator.
  • Een leiding onder de vloer of in de muur die lekt. Soms zie je een vochtplek, vaak zie je niets.
  • Een overstortventiel dat water laat lopen. Die heeft vaak een afvoerslangetje naar een trechter of de afvoer; is die nat, dan loopt er water weg.
  • Een expansievat dat zijn voordruk kwijt is. Dan schiet de druk omhoog als de ketel warm wordt, loopt het overstortventiel, en zakt de druk als de installatie afkoelt.

De ketel zelf blijft dicht

Maak nooit de mantel van de ketel open en draai niet aan onderdelen binnenin. Daar zitten de gasklep, de brander en de elektronica. Bijvullen en ontluchten doe je van buitenaf. Alles in de ketel is werk voor een erkend cv-monteur.

Stop en bel een vakman als

  • je vaker dan een paar keer per jaar moet bijvullen
  • de ketel zelf of een leiding eronder water verliest
  • het overstortventiel blijft druppelen of lopen, ook bij een normale druk
  • de druk bij het opwarmen ver boven de 2,5 bar schiet
  • de ketel na het bijvullen en resetten in storing blijft
Beschrijf je klus

Een loodgieter helpt aan de waterkant: lekkende radiatorkranen en leidingen, een overstortventiel of een expansievat. Een storing in de brander, de gastoevoer of de elektronica van de ketel is werk voor een erkend cv-monteur. Zet het merk en type van je ketel in je aanvraag; die staan op het typeplaatje, vaak onderaan of achter het klepje.

Liever een loodgieter erbij?

Beschrijf in een paar stappen wat er aan de hand is, met een foto als dat kan. Je krijgt geen prijs op het scherm: een loodgieter leest je klus en neemt contact met je op.