In het kort
- Lucht in de vloerverwarming hoor je als borrelen bij de verdeler en merk je aan een vloer die op één plek koud blijft. Ontluchten doe je bij de verdeler.
- Zet de verwarming uit, laat de lucht eruit via de ontluchters bovenop de verdeler en vul daarna de cv-ketel bij tot de juiste druk.
- Blijft een groep koud, dan helpt doorspoelen. Lukt dat niet of blijft er lucht komen, dan laat je de installatie nakijken.
Op deze pagina
Vloerverwarming ontluchten gaat anders dan een radiator ontluchten. Er zit geen nippeltje in de vloer: de lucht moet eruit bij de verdeler, de kast of het kastje met de buizen waar alle leidingen van de vloer samenkomen. Het kan een klus van tien minuten zijn, of een kwestie van een groep doorspoelen. Hieronder staat wanneer het nodig is, hoe je het doet en wanneer je stopt.
Zo merk je dat er lucht in de vloerverwarming zit
- Je hoort borrelen, klateren of tikken bij de verdeler of in de leidingen, vooral als de verwarming net aanslaat.
- Een deel van de vloer blijft koud of lauw, terwijl de rest warm wordt.
- Op de verdeler zitten kleine glazen buisjes met een schaalverdeling, de doorstroommeters. Staat er één op nul of veel lager dan de andere, dan stroomt er in die groep weinig water.
- De waterdruk van de cv-ketel is gezakt, of je hebt net bijgevuld.
Waar zit de verdeler?
De verdeler hangt meestal in een kastje in de hal, de meterkast, onder de trap of in een techniekruimte. Het zijn twee horizontale buizen boven elkaar met per groep een aansluiting naar beneden, de vloer in. Eén buis is de aanvoer, met het warme water van de ketel; de andere is de retour. Bovenaan of aan het eind van de buizen zitten kleine ontluchters, soms met een zwart of messing dopje. Vaak zit er ook een vulkraantje en een aftapkraantje, en soms een eigen pomp met een mengventiel.
Zo ontlucht je vloerverwarming
Zet de thermostaat laag of de verwarming uit, zodat de pomp stilstaat. Heeft de verdeler een eigen pomp met een stekker, trek die er dan ook uit. Wacht een halfuur, zodat de lucht naar boven kan komen.
Zet alle groepen op de verdeler open. Zitten er stelkranen of doorstroommeters op, onthoud dan hoe ver ze open stonden of maak er een foto van.
Houd een doek en een bakje onder de ontluchter op de aanvoerbuis. Draai hem met een radiatorsleutel of een platte schroevendraaier langzaam een kwartslag open.
Laat de lucht eruit sissen tot er een straaltje water zonder lucht komt. Draai de ontluchter dan handvast dicht.
Doe hetzelfde bij de ontluchter op de retourbuis, en als die er is bij de ontluchter van de pomp of het mengdeel.
Kijk op de drukmeter van de cv-ketel. Staat die onder de 1 bar, vul dan bij tot tussen 1,5 en 2 bar, of tot de waarde uit de handleiding.
Zet de verwarming en de pomp weer aan en kijk na een uur of alle doorstroommeters weer bewegen en de vloer overal warm wordt.
Heeft je verdeler automatische ontluchters, kleine potjes met een ventiel erop, dan laten die de lucht vanzelf ontsnappen. Kijk dan alleen of het dopje er los op zit, zodat de lucht weg kan, en of er geen water uit druppelt.
Een koude groep doorspoelen
Blijft één groep koud terwijl je hebt ontlucht, dan zit er lucht vast in de lange buis in de vloer. Die komt niet vanzelf naar de verdeler. De oplossing is doorspoelen: je duwt water met kracht door alleen die ene groep, zodat de lucht mee naar buiten komt. Dat doe je met een slang op het vulkraantje en een tweede slang op het aftapkraantje naar een emmer of de afvoer. Je sluit alle groepen behalve de koude, laat water erin lopen tot er alleen nog water zonder bellen uitkomt, en zet daarna alle groepen weer open zoals ze stonden. Daarna vul je de ketel bij tot de juiste druk.
Doorspoelen is een klus die goed gaat als je verdeler een vul- en aftapkraantje heeft en je rustig werkt. Zie je niet welke kraan wat doet, of heeft je verdeler geen aftapkraantje, laat het dan doen. Een groep die dicht blijft staan of verkeerd wordt teruggezet, geeft een vloer die niet meer gelijk warm wordt.
Hoe vaak moet je vloerverwarming ontluchten?
Een goed gevulde installatie hoeft niet elk jaar ontlucht te worden. Doe het na elke keer dat er nieuw water in de installatie is gekomen, bijvoorbeeld na bijvullen of na werk aan de verwarming, en als je de verschijnselen van hierboven merkt. Heb je ook radiatoren, ontlucht die dan in dezelfde ronde; hoe dat gaat, staat in ons artikel over radiator ontluchten.
Stadsverwarming of een warmtepomp
Heb je stadsverwarming, dan zit er geen cv-ketel maar een afleverset van de warmteleverancier. De verdeler ontlucht je op dezelfde manier, maar voor de druk en het bijvullen volg je de instructie van de leverancier. Bij een warmtepomp zit de drukmeter vaak op de binnenunit of op een apart vulpunt; kijk in de handleiding waar je de druk afleest. Maak de ketel, de warmtepomp of de afleverset zelf nooit open.
Blijft de vloer koud?
- Staat de thermostaat of de ruimtethermostaat van die kamer hoog genoeg? Vloerverwarming reageert langzaam; een paar uur wachten is normaal.
- Staan alle groepskranen en stelkranen op de verdeler open zoals voorheen?
- Draait de pomp van de verdeler? Je voelt hem licht trillen als je je hand erop legt.
- Moet je elke week ontluchten of bijvullen, dan komt er ergens lucht binnen of lekt er water weg. Hoe je een lek vindt, staat in ons artikel over lekkage bij de radiator; bij de verdeler kijk je op dezelfde manier naar kalkranden en druppels bij de koppelingen.
Stop en bel een vakman als
- een groep koud blijft na ontluchten en doorspoelen
- er water uit de verdeler, een koppeling of een ontluchter blijft druppelen
- je elke week of vaker moet bijvullen of ontluchten
- de pomp van de verdeler bromt, stilstaat of lekt
- je natte plekken op de vloer of in het plafond eronder ziet
Beschrijf in je aanvraag welke groepen koud blijven, hoe vaak je bijvult en of je stadsverwarming, een ketel of een warmtepomp hebt. Een foto van de verdeler met de doorstroommeters laat de loodgieter meteen zien wat voor installatie het is.
Ruik je gas?
Gebruik geen schakelaars, geen deurbel en geen open vuur. Draai als het veilig kan de gaskraan bij de meter dicht, zet ramen en deuren open en ga naar buiten. Bel buiten het Nationaal Storingsnummer Gas en Stroom: 0800 9009.